De eerste teddybeer werd bedacht en gemaakt in Amerika. Of volgens sommigen in Duitsland. Of toch in Amerika. Of Duitsland. Of....

Duitsland, oktober 1902: 
Richard Steiff, speelgoedontwerper van het familiebedrijf Steiff, bezoekt graag de Zoologische-Botanischer Garten in Stuttgart om de verschillende dieren te bestuderen. Favoriet zijn de bruine beren, die hem inspireren tot het ontwerp van een nieuwe speelgoedsoort. Er zijn al eerder beren in het klein nagemaakt, levensechte kopieën op vier poten en met een echte berenhuid, maar de beer die Richard wil uitwerken is anders. Zijn beer moet rechtop kunnen staan en zijn armen en benen kunnen bewegen. Richard legt zijn schetsen voor aan zijn tante Margarete, zij vindt het een geweldig idee, en fabrikant Steiff neemt de speelgoedberen in productie.



Ondertussen, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan: 
Theodore Roosevelt, president van Amerika en door zijn vrienden ‘Teddy’ genoemd, doet in 1902 mee aan een vierdaagse berenjacht in Mississippi. Het lukt Roosevelt echter maar niet om een beest te schieten. Op de laatste dag weet een van zijn partners een verdwaalde beer te vangen en hem vast te binden aan een boom. Hij biedt de president zo een eenvoudige jachttrofee aan - niet te missen -, maar Roosevelt weigert de beer te doden en beveelt zijn vrijlating.

De anekdote over de president en de beer haalt al snel de media. Cartoonist Clifford Berryman van The Washington Post legt het incident vast in een spotprent, en noemt de beer ‘Teddy’s Bear’.

teddy's bear
Cartoon van Berryman

In New York ziet Morris Michtom de cartoon in de krant. Hij beheert een kleine snoepwinkel en zijn vrouw Rose maakt in de avonduren pluche dieren om wat extra inkomsten te genereren. De spotprent zet Rose er toe aan om een kleine speelgoedbeer te maken. Morris zet de knuffel in zijn etalage met daarbij een bordje ‘Teddy’s Bear’. Het blijkt een groot succes. Binnen een jaar sluit Morris zijn snoepwinkeltje om een grote speelgoedfabriek ‘Ideal Toy Company’ op te richten, die – in de daarop volgende decennia – miljoenen teddyberen zal gaan verkopen.

Richard Steiff is al die tijd onwetend over die beer in de etalage van de New Yorkse snoepwinkel. Hij vervolmaakt zijn ontwerp voor de speelgoedbeer, om deze in 1903 te introduceren op de Leipziger Spielwarenmesse. Het lijkt daar geen groot succes te worden. Pas op het laatste moment, als Richard zijn spullen al aan het inpakken is, ziet een Amerikaanse inkoper de beer. Hij koopt alle 100 aanwezig speelgoedberen op en bestelt er nog eens 3.000. De slimme beurskoopman verkoopt zijn Steiffberen op de Amerikaanse markt, waar de teddybeer steeds populairder begint te worden. De Duitse beren zijn gewild. Vier jaar later produceert Steiff al een miljoen speelgoedberen.

Die eerste Duitse beer heet 55PB, dat staat voor 55 cm, Plüsch en Beweglich - een iets minder anekdotische naamgeving dan de vernoeming van de Amerikaanse Teddybeer....

Hoe dan ook, de eerste knuffelbeer is dus tegelijkertijd in Amerika als in Duitsland uitgevonden - een enorme toevalligheid - en al meer dan een eeuw een enorm succes.


Bronnen:
Afbeeldingen, zie link: 1, 2, 3
Uit het boek 'Berlijn 1936' van Oliver Hilmes:

'Als Jesse Owens de koning van de atletiek is, dan is Hendrika Wilhelmina 'Rie' Mastenbroek de koningin der zwemsters.'

Ja, dacht ik, Jesse Owens ken ik. Over hem zijn boeken geschreven en films en documentaires gemaakt. Een mythisch figuur bijna, die Jesse Owens op Hitlers propaganda-spelen. Maar Rie? Iemand die haar kent?

Ik niet. Maar ik was wel nieuwsgierig naar deze zwemster. Dus ik zocht het uit:

Rie was een zeventienjarig meisje uit Rotterdam. Ze won op de Olympische Spelen in Berlijn drie gouden en een zilveren medaille. Vier medailles. Vier!

Maar ik vond nergens een boek, film of documentaire over deze kampioen.
Dus daarom schreef ik een stukje over Rie.


Rie werd op 26 februari 1919 geboren in Rotterdam. Haar ouders waren ongehuwd. Ze groeide op bij haar moeder, en haar vader kwam regelmatig even langs.

Rie leerde op jonge leeftijd zwemmen. Als elfjarige ging ze op advies - 'je hebt volop talent!' - van twee trainsters van de Onderlinge Dames Zwemclub wedstrijdzwemmen. Een van de trainsters was Maria Braun, ook bekend als Ma Braun, bondstrainer van de Koninklijke Nederlandse Zwembond. Zij legde Rie een streng regime op - paardenbiefstuk en bruine bonen of witte bonen met spek, keihard trainen en geen enkele vorm van vrolijkheid of vermaak - en dat had effect.

Op het EK in Maagdenburg in 1934 won Rie - vijftien jaar oud - drie gouden medailles. Twee jaar later mocht ze mee naar Berlijn.

Het werd een groot succes: drie keer goud, een keer zilver.

Over de estafette uit 'Berlijn 1936':
Mastenbroek zwemt als laatste van het Nederlandse team en blijft haar Duitse concurrente Gisela Arendt voor. Slechts enkele meters voor de finale lijkt het noodlot toe te slaan, aangezien Rie water inslikt. Eigenlijk moet ze de wedstrijd staken, maar het haar laatste krachten zwemt ze door en tikt ze aan voor Arendt: goud voor Nederland. 'Dat is fysiek', schrijven de commentaren enthousiast, 'dat is de hardheid die wij bewonderen.'

Rie, de eerste Nederlandse vrouw die vier medailles won op de Olympische Spelen, werd gekroond tot 'die Kaisirin von Berlin'.



Rie kreeg een huldiging, vanwege haar uitzonderlijke prestatie, in een verduisterd Olympisch Stadion met 100.000 toeschouwers. Het enige licht kwam van een paar schijnwerpers, die op Rie waren gericht. 'Het was voor de Nederlanders, die nog aanwezig waren in deze ontzagwekkende volte en de wonderlijke sfeer beleefden, een ontroerend ogenblik, toen het Wilhelmus werd ingezet.' 

Zelf zei Rie: 'Het was gigantisch.'

Ma Braun wenste na de Olympische Spelen meer zeggenschap over haar pupil, en probeerde via een gerechtelijke procedure de ongehuwde moeder van Rie uit de ouderlijke macht te zetten. Dat mislukte en de hele toestand leidde tot een vertrouwensbreuk.
In 1937 nam Rie een baan aan als zweminstructrice. De Zwembond vond dat reden om Rie haar amateurstatus af te nemen en haar daarmee uit te sluiten voor internationale wedstrijden.

Dat betekende het einde van haar sportcarrière.

Rie trouwde en kreeg twee kinderen, ging scheiden en werd tolk en boekhoudster.

Ook al stond ze niet graag in de belangstelling, toch stak het Rie dat er in Nederland zo weinig waardering was voor haar sportprestaties. Vanuit het buitenland kreeg ze die erkenning wel. Rie werd in 1968 lid van de International Swimming Hall of Fame in Fort Lauderdale en ontving in 1997 de Olympic Order, de hoogste onderscheiding van het Internationaal Olympisch Comité.

Rie overleed in 2003 in Rotterdam.

Postuum wordt ze toch nog in het zonnetje gezet, een beetje.
De Volkskrant schreef zeven jaar geleden een mooi artikel over de zwemster. In 'Berlijn 1936' wordt aan Rie een hele pagina gewijd, en ook Els Kloek roemt haar in '1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis.'
En dan dit blogje.

Maar eigenlijk verdient ze een boek. Want er is nog zoveel meer te vertellen over Rie.



Literatuur: NOC/NSF Sporterfgoed en sportgeschiedenis.nl
Beeld: AD/ ANP en Huygens ING