Sssst

Muisstil moet het zijn als ik schrijf. Geen kruipende kinderen onder de tafel, geen achtergrondmuziek, geen verkeersgeluiden van buiten. Sinds kort kan ik me terugtrekken in een soort van schrijvershol: een kamertje tussen het washok en de garage met een oude eettafel en een afgekeurde bureaustoel.

Alle geluiden worden door een dikke deur buiten gesloten. In principe ten minste, want de deur kan niet op slot en dus gaat, binnen twee minuten nadat ik heb geroepen 'ik ben er even niet', de deurklink naar beneden. Een huilend kind inclusief bloedneus en geschaafde knie kijkt me aan. 'Kun je even helpen, mama?'
'Waar is papa dan?'
'Naar de appie.'
Ik sus, stelp, maak limonade, sluip weg en sluit de deur achter me. Een tel later schiet die open:
'Ik ben Ollie kwijt.' De grootste pruillip ter wereld gooit zich aan mijn voeten.
Ik neem me voor de woorden die ik wilde typen te onthouden, til de peuter op en vind de knuffel gewoon in zijn bed.
'Iedereen een snoepje en nu sssst.'
Drie dropsleutels knikken naar me. Opnieuw; de deur dicht, zitten, typen.
Shit. Wat was het ook alweer?
Voorzichtig gaat de deur open: 'Mag ik op de ipad?' Mijn dochter glimlacht op haar allerliefst.
'Jahaa.'
Ze trippelt weg en laat de deur openstaan.
Ik sta op, schreeuw het huis in: 'als er iets is bel je papa maar,' en sla de deur dicht.
Het duurt even voordat mijn vingers willen, maar dan schrijf ik; drie woorden, vier, vijf, al bijna een hele zin.
De deur zwaait open: 'Er was van alles op de bonus!' Mijn lief zwiept drie megapakken wc-papier het kamertje in.
Ik leg langzaam mijn hoofd op het tafelblad.
Vandaag wordt het m niet.

Eigenlijk kan ik alleen schrijven als ik helemaal alleen in mijn gedachten ben. Als ik de dialogen hardop kan zeggen met de juiste mimiek en klanken, als ik de bewegingen en gebaren van de karakters na kan bootsen, als ik door mijn wimperharen de kleuren van de scène zie en de geuren imaginair kan opsnuiven.

Morgenvroeg is lekker iedereen weg, ik tel alvast de uren af.....

0 reacties:

Een reactie posten