Merlot en de bieb

'Zijn we toch nog goed terechtgekomen hè?'
Mijn jeugdvriendin opent de derde fles wijn. We hebben zo onze jaarlijkse tradities: eerst zeiken we gedurende twee flessen Merlot ons geboortedorp af, dan komen we tot de conclusie dat we gaaf zijn en bij de derde fles bedenken we dat Nijverdal ook goede dingen had.

We waren elf toen we elkaar ontmoetten, twee meer uiteenlopende pubers waren niet in ons dorp te vinden, maar een ding deelden we: de wens om weg te gaan. Nieuwe dingen ontdekken, nieuwe mensen ontmoeten. Onze eerste stap was de middelbare in Almelo. Want in Almelo is altijd wat te doen. Nou.
Zeventien waren we toen we echt uit Nijverdal vertrokken. Een trekhaak, een boedelbak en gaaaan. Mijn vriendin ging linksaf, ik naar rechts, een paar keer de wereldbol over, maar altijd kwamen we weer samen, en altijd was er de Merlot.

Mijn vriendin wijst naar me. 'Jij woont in een dorp' (verraadster, zegt ze eigenlijk)
'Een dorp heeft voordelen hoor.'
'Niet Nijverdal.'
'Ook Nijverdal.'
'Noem een ding.'
'De bieb,' en daar ga ik, met mijn jaarlijkse spreekbeurt, 'niet zo'n grote stadse waar je in verdwaald, maar een fijne, met een grote leestafel en een bibliothecaresse die je groet. De geur van hout en boeken, het hoge plafond, het gefluister achter de boekenkasten. En met alle boeken van je lijst - en de uittreksels - binnen handbereik en een aparte plank voor Agatha Christie. Gewoon in Nijverdal.
Mijn vriendin kucht: 'Hij is al lang weg hoor, die bieb van jou.'
'Tsss. Goh. Geef me dan nog maar een glas.'

0 reacties:

Een reactie posten