Premisse

Mijn tegenlezer vroeg: Wat wil je – los van de vertelling zelf – met dit boek vertellen?
Ik mailde snel terug - want hier had ik over nagedacht: dat het eigenbelang van een ouder sterker is dan het ‘beste voor je kind willen’.
Een week later kwam het antwoord per brief: Dat klopt wel, dat lees ik, dat voel ik, maar weet je, het maakt die hoofdpersoon - de ouder - weinig sympathiek. Dat werkt het verhaal tegen. Het moet anders.

Tegenlezers hebben altijd gelijk.

De premisse is wat je echt wilt vertellen met het verhaal. Het is de stelling die bewezen moet worden. Bijvoorbeeld: te weinig slaap leidt tot zelfdestructie. of, iets vrolijker:  liefde overwint alles.
Als lezer is het prima om het niet eens te zijn met de premisse, zolang je je maar kunt inleven in de motivaties van de personages die op die stelling zijn gebaseerd. En, zo leerde ik van mijn tegenlezer, zolang het de hoofpersoon niet al te onsympathiek maakt.

Sinds de brief slaap ik niet meer. De radertjes in mijn hoofd maken overuren. Ik leef me in, ik graaf me onder, ik ben mijn hoofdpersoon, zo sympathiek mogelijk (en moe). Bij elke handeling denk ik: is mijn eigenbelang sterker dan dat ik het beste voor mijn kind wens? Het is puzzelen, analyseren, afwegen.

En dan een paar dagen later, zo met een dekentje op de bank en een doos bonbons binnen handbereik, begint er traag een spaarlamp te branden tussen die radertjes. Ja. Ik ben de hoofdpersoon, en het beste voor mijn kind gaat voor mijn eigenbelang, ook al is dat soms slikken. Dat is het: de premisse is niet mijn leidraad maar mijn worsteling.  
Haar worsteling.

Kwartje gevallen.
Aan de slag.

0 reacties:

Een reactie posten